Vorige

Inzetbaarheidsbevorderende maatregelen : aangepaste versie van start op 1 april

De arbeidsovereenkomstenwet bevat al geruime tijd een art.39ter dat voor werknemers met recht op een lange opzeggingstermijn extra ondersteuning biedt bij de zoektocht naar een nieuwe job in de vorm van “inzetbaarheidsbevorderende maatregelen”. In eerdere versies werd dit recht echter nooit omgezet in de praktijk. Op 15 mei 2024 werd in de Kamer een herwerkte versie aangenomen. Deze nieuwe tekst treedt nu op 1 april 2025 in werking. We schreven hier vorig jaar al een nieuwsbericht over. We hernemen hier kort de inhoud van dit stukje ontslagrecht. 

Waar ging het nu weer over ?

Het herschreven art.39ter wordt toegepast wanneer een werknemer ontslagen wordt vanaf 1 april 2025 en recht heeft op een wettelijke opzeggingstermijn (of compenserende opzeggingsvergoeding) van minstens 30 weken. Bij een collectief ontslag passen we de regeling niet toe. Een werknemer die al in een transitietraject stapte, kan er ook geen gebruik van maken.

Het idee om deze werknemers extra ondersteuning te bieden is niet nieuw. Men wil bovenop het bestaande outplacement nog meer begeleiding aanbieden o.a. in de vorm van extra outplacement, opleidingen en coaching.

De financiering van deze maatregelen gebeurt via de patronale bijdragen. Die worden gedurende een bepaalde periode achter de schermen door de RSZ doorgestort aan de RVA. Belangrijk om daar bij op te merken is dat dit voor jou als werkgever niet betekent dat de patronale bijdragen plots anders berekend worden of dat ze hoger zouden worden. 

Recht op afwezigheid

Werknemers die gebruik maken van deze maatregelen hebben het recht om tijdens hun opzeggingstermijn afwezig te zijn met loonbehoud, wanneer ze deelnemen aan de begeleidingssessies. Dat stond ook al in de vorige versie, maar nu er aan de concrete invulling van het recht werd gesleuteld, kan het ook effectief toegepast worden.

Forfaitaire invulling en terugbetaling

De grootste nieuwigheid in de nieuwe tekstversie van art.39ter is de koppeling van het recht op inzetbaarheidsbevorderende maatregelen aan een forfaitair budget van 1800 euro, ongeacht het loon dat de werknemer verdiende. Dit bedrag zal jaarlijks geïndexeerd worden. Zoals hierboven al opgemerkt komt dit dus boven op de reeds bestaande outplacement verplichtingen.

Degene die de kosten van de maatregelen heeft gedragen kan voortaan bij de RVA de terugbetaling hiervan opvragen, met een maximum van 1800 euro dus. Dat kan zowel de werknemer, als de werkgever of de dienstverlener van de begeleiding zijn. De RVA stelde hiervoor een nieuw formulier C39ter ter beschikking. De aanvraag tot terugbetaling kan ingediend worden tot het einde van het derde kwartaal volgend op het kwartaal waarin het einde van de opzeggingstermijn (of periode gedekt door opzeggingsvergoeding) gesitueerd is. De RVA zal het dossier eerste beoordelen en dan beslissen of er recht op terugbetaling is.

Bronnen :

  • Ar.39ter Arbeidsovereenkomstenwet, zoals gewijzigd door de wet van 15 mei 2024 houdende wijziging van het Sociaal Strafwetboek en diverse arbeidsrechtelijke bepalingen,  (BS, 21juni 2024)
  • Koninklijk Besluit van 12 juni 2024 tot uitvoering van artikel 7,§1, derde lid, zh) en §1nonies van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, betreffende de procedure voor de terugbetaling van inzetbaarheidsbevorderende maatregelen (BS 21 juni 2024)
  • Koninklijk Besluit van 12 juni 2024 tot uitvoering van 38, §3vicies bis, van de wet van 29 juni 1981 houdende algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers (BS 24 juni 2024)
  • Website RVA : Het volgen van inzetbaarheidsbevorderende maatregelen – aanvraag tot terugbetaling van kosten

Deel dit artikel