Provisies vakantiegeld – balansen afgesloten op 31 december 2024
De fiscale administratie heeft de berekening van de bedragen geboekt in de balansen afgesloten op 31 december 2024 als provisie voor de kost van het vakantiegeld voor hun personeelsleden in 2025 bevestigd. Binnen dit kader vormen deze bedragen aftrekbare beroepskosten voor de onderneming.
Principe
Balansen afgesloten op 31 december 2024
De provisies die geboekt worden op de balansen afgesloten op 31 december 2024 kunnen beschouwd worden als aftrekbare beroepskosten (art. 49 WIB 92) indien zij niet meer bedragen dan:
- voor de arbeiders: 10,27% van 108/100 van de lonen die in 2024 zijn toegekend aan arbeiders en leerlingen die vallen onder het toepassingsgebied van de wetgeving over jaarlijkse vakantie;
- voor de bedienden: 18,20% van de vaste en veranderlijke bezoldigingen die in 2024 zijn toegekend aan bedienden die recht hebben op vakantiegeld, verminderd met het aanvullend vakantiegeld dat in 2024 is toegekend (dat aanvullend vakantiegeld mag ook niet worden opgenomen in de berekeningsgrondslag waarop dit percentage wordt toegepast).
Deze bedragen worden door de FOD Financiën steeds aanvaard aangezien zij worden geacht overeen te komen met het minimumbedrag aan vakantiegeld dat later door de onderneming zal moeten worden betaald.
Werkgevers die flexi-jobwerknemers tewerkstellen moeten echter opletten. Het flexiloon en het flexivakantiegeld die in 2024 werden betaald aan deze werknemers mogen namelijk niet in de berekeningsbasis worden opgenomen van het vakantiegeld dat in 2025 betaald wordt. Dit is ook logisch aangezien het flexivakantiegeld steeds samen met het flexiloon moet worden uitbetaald.
Toekomstige boekjaren
De FOD Financiën geeft aanvullend ook nog mee dat die regels behoudens tegenbericht ook voor de balansen van alle toekomstige boekjaren zullen gelden.
Bron:
Circulaire 2025/C/15 van 2 april 2025 over de in balans geboekte bedragen voor de uitbetaling van het vakantiegeld van het personeel